Gespreksgroep 12 november 2017

Gespreksgroep 12 november 2017
Datum
12 november 2017
Tijd
10:00 - 11:00 uur
Locatie
Sommelsdijk

In deze gespreksgroep gaan we verder met de bespreking van het boekje HOUVAST van dr. Koen Holtzapffel. Bram Schier verzorgt ook voor vandaag de liturgie. Jan de Vries leidt het gesprek.

Vandaag de 6e bijeenkomst na de zomervakantie en de laatste voor de adventstijd. Volgende week gaat Jan Douwes bij ons voor. Met gesprekken over het boekje “HOUVAST aan de vraagzijde van het bestaan” hebben we 24 september een begin gemaakt. We vervolgen het gesprek hierover.

Van de Bijbelgedeelten die in het oecumenisch leesrooster vandaag aan de beurt zijn is de tekst is na de liturgie afgedrukt.

Jesaja 48: 17‐21

Psalm 70

Mattheüs 25: 14­‐30

Liturgie

Liedboek: 213: 1 en 2

– Aansteken van de Paaskaars 

– Antwoordlied

Koffie en gesprek .

Wat vooraf ging:

Na de inleiding (hoofdstuk 1) is in enkele bijeenkomsten naar aanleiding van hoofdstuk 2 gesproken.

Onderstaande citaten stonde de eerste keer ter discussie.

Ik ben dus van oordeel dat de vraag naar de zin van het leven van alle vragen de meest

dringende is. Hoe daarop te antwoorden?

(Albert Camus, De mythe van Sisyphus)-

De overtuiging dat het leven zin heeft is in elke vezel van de mens geworteld, is een eigenschap van de menselijke natuur. Vrije mensen geven er allerlei namen aan en denken en spreken veel over de aard ervan; maar voor ons ligt die vraag eenvoudiger!

(Primo Leve, Is dit een mens)-

Hoofdstuk 2 behandelt de ‘zinvragen. ‘ Wat maakt ons leven zinvol stond centraal in het gesprek.

De zin van het leven en met name waaraan wij denken bij de zin van ons leven was gespreksonderwerp.

Koen Holtzapffel spreek over onderzoeksvragen, filosofische vragen, existentiële vragen, religieuze vragen en tenslotte zinvragen. Daarin komen vaak aspecten van alle al genoemde vragen aan de orde. De ‘zin’ uit de zinvragen heeft te maken met ons hele bestaan. Met de mensen om ons heen, onze relaties en tot slot het in beweging komen. Zin wordt ons niet in de schoot geworpen. We moeten er voor in actie komen. ’Zin’ is iets dat betekenis moet krijgen. Zo wordt vragen naar zin zoeken naar betekenis. Zingeving is het antwoord van mensen op dit zoeken. Bij de vele zinvragen horen vele antwoorden. Als die antwoorden gaan samenhangen ontstaat iets als een levensbeschouwing. Dat kan tot een vanzelfsprekende basis voor het leven wat je lijdt. Topt er iets gebeurt wat die vanzelfsprekendheid onderuit haalt. Een crisiservaring.

Een diepere laag van zinvragen volgt daarop. Daarin kan je stuiten op dat wat groter is dan jezelf. Er wordt gesproken over de ‘tweede zin’. Die vanzelfsprekende ‘zin’ is de eerste zin. Het leven waarin je zelf verantwoordelijk bent en onafhankelijk. Bij de tweede zin wordt het besef steeds sterker dat je afhankelijk bent  en gaan de antwoorden over hoe je daarmee om kunt gaan. Een diepere wijze van zingeven.  Naast zingeven kan je ook zin ervaren.  Het ervaren van schoonheid in natuur, kunst, muziek, maar ook door verdriet zelfs door het bereiken van de bodem van de put met ellende. Tenslotte komen ook de antwoorden aan de orde. Antwoorden die maken dat je weer verder kan, dat het leven weer door kan en weer nieuwe vragen oproept enz.

Tot zover de tekst naar aanleiding waarvan we met elkaar spraken.

De filosoof Wittgenstein: Als we alle wetenschappelijke problemen hebben opgelost, dan hebben we de vragen van het leven nog steeds niet opgelost, als we die al ooit op kunnen lossen. De bronnen van zin komen aan bod.

Een creatieve voetafdruk achterlaten, gezin, vrienden,(verbinden en verbodenheid, huisdieren (zorgen voor), de natuur als bron van leven. De natuur als bron voor levenslessen. (de graankorrel sterft en wordt daardoor nieuw leven), Lijden en dood zijn bronnen van zin. “Indien het leven zinvol is, moet ook lijden, per definitie, zinvol zijn.”

Maakt de dood het leven zinvol, of juist niet.

Het levensverhaal komt aan bod. Wat is het verhaal van ons leven wat we door willen geven?

 

Voor vandaag:

In hoofdstuk 3 Leef nu de vraag. Over vragen in versvorm. Probeert Koen Holtzapffel met behulp van kunstuitingen, met name gedichten, de vraagzijde van ons bestaan nog beter in beeld te brengen en dichter bij ons zelf te krijgen. Ellen Warmond, Rutger Kopland en Guillaume v.d. Graft ( liedboek p.1361) komen als dichters aan het woord en ten slotte een brief van Rainer Maria Rilke aan een jonge dichter Kappus, die vaak als een gedicht gelezen wordt. Hierin vraagt Rilke de dichter geduld te hebben met alles wat in zijn hart nog niet tot een oplossing is gekomen en te proberen de vragen zelf lief te hebben als niet toegankelijke kamers en als boeken die in een onbekende taal geschreven zijn.

“Zoek nu niet naar de antwoorden die u niet gegeven kunnen worden, omdat u niet in staat zou zijn te leven. Het gaat er om alles te leven. Leef nu uw vragen. Misschien leeft u dan gaandeweg, ongemerkt, op een dag in een ver verschiet het antwoord binnen. Misschien immers bezit u de gave om iets uit te beelden, in een vorm te gieten, als een bijzonder gelukkige en zuivere wijze van leven.”

Leef je vragen = leef je gaven? Bij de Bijbelgedeelten voor vandaag zit ook de gelijkenis van de talenten. Het verhaal van -wat doe je met je gaven?-  De vraag Is -leef je vragen zoiets als – leef je gaven- kwam daarbij bij me op. Daarnaast zijn er de vragen bij hoofdstuk 3 op pag.6 van de handreiking voor gesprekskringen. Welke gedichten het meest aanspreken en het gedicht van Ellen Warmond heb ik buiten beschouwing gelaten. Ze kunnen gelezen worden. Ik denk dat de vraag die bij mij op kwam en de overige vragen ruim voldoende gespreksstof geven.

– Liedboek  416

 -Gebed  : vieren en brevieren p 99/100

Stilte

-Onze Vader

– Zegenbede: vieren en brevieren   p 100/101

 

Jesaja 48: 17‐21

17 Dit zegt de HEER, je bevrijder, de Heilige van Israël:

Ik ben de HEER, jullie God, die jullie onderricht in je eigen belang, die jullie leidt op de weg die je gaat. 18 Luisterde je maar naar mijn geboden, dan zou jouw vrede zijn als een rivier, en je gerechtigheid als de golven van de zee. 19 Je nageslacht zou zijn als het zand, je nazaten ontelbaar als zandkorrels. Je naam zou nooit worden uitgewist, maar voor altijd bij mij voortleven. 20 Trek weg uit Babel, ontvlucht de Chaldeeën! Verkondig dit met luid gejuich, laat het horen, laat weten tot aan de einden der aarde:  “De HEER koopt zijn dienaar Jakob vrij!.“ 21 Hij voert zijn volk door de woestijn, ze zullen geen dorst lijden; hij laat water voor hen stromen uit de rots, hij klieft een rots en het water gutst eruit.

Psalm 70

1 Voor de koorleider. Van David, een dringend gebed.

2 God, breng mij uitkomst, HEER, kom mij haastig te hulp.

3 Dat beschaamd en vernederd worden wie mij naar het leven staan, met schande terugwijken wie mijn ongeluk zoeken,

4 beschaamd zich omkeren wie de spot met mij drijven.

5 Wie bij u hun geluk zoeken zullen lachen en vrolijk zijn, wie van u hun redding verwachten zullen steeds weer zeggen: “God is groot!”

6 Ik ben arm en zwak, God, kom haastig, u bent mijn helper, mijn bevrijder, HEER, wacht niet langer.

Mattheüs 25: 14­‐30

14 Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. 15 Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. 16 Meteen ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. 17  Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. 18 Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. 19 Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. 20 Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” 21 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 22 Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” 23 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 24 Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, 25 en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” 26 Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? 27 Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. 28 Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. 29 Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. 30 En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

 

Agenda