Gespreksgroep 17 november 2019

Gespreksgroep 17 november 2019
Datum 17 november
Tijd 10:00 - 11:00 uur
Locatie Sommelsdijk

Op zondag 17 november vindt in de Remonstrantse kerk aan de Voorstraat 35 te Sommelsdijk de tweewekelijkse gespreksgroep plaats.
Deze gespreksgroep is voor een ieder toegankelijk en u kunt op ieder moment instromen en meedoen.
Gespreksleider is dhr. Bram Schrier. U bent van harte uitgenodigd om over het onderwerp van deze zondag mee te denken en te praten.
Er wordt één maal gecollecteerd voor de eigen gemeente.

Het onderwerp van deze zondag is Vrede als onderdeel van de vijf V’s.

TJAARD BARNARD
Vrede is genade
Genade? Zo klonk het in mijnjeugd vaak op het schoolplein. Het was de tijd dat jongens nog mochten vechten en niemand zich er zorgen over maakte, tenzij er duidelijk gewonden vielen. Genade? Dat was de vraag die de bovenliggende partij stelde aan wie onderop lag en verloren had. Je zou pas losgelaten worden, als je om genade smeekte. Dan waren de verhoudingen op de apenrots, die het schoolplein was, weer duidelijk. Met ‘genade’ roepen, kwam je er vanaf. Je eer wasje kwijt, maar je kon weer verder.

Zo gemakkelijk als op het schoolplein komen we er in onze samenleving niet vanaf. Een misstap of vermeende misstap van bijvoorbeeld een politicus wordt direct afgestraft. Verdachten worden al voor ze gehoord zijn in de media veroordeeld. Joost Röselaers en ik schreven vorig jaar hierover een artikel in NRC Handelsblad naar aanleiding van het aftreden van Halbe Zijlstra, waarin we opriepen tot mildheid.
Die mildheid kan ontstaan wanneer mensen in de spiegel kijken. Ook onszelf valt heel wat te verwijten. Wie dat beseft, en vrede heeft met zichzelf, kan makkelijker vrede met anderen hebben. Wie gelovig bedenkt dat God vrede met ons heeft, kan ook vrede hebben met de wereld. Dat is mijn stelling.

Vrede is genade

Genade is het woord dat centraal stond bij de discussie tussen remonstranten en contraremonstranten in de 17e eeuw. Mede gezien de hierboven genoemde ‘schoolplein-ervaring’ is het tegenwoordig niet populair meer. Toch geloof ik dat genade onverminderd belangrijk is. Voor gelovigen, maar ook voor ongelovigen. ‘Genade’ is een woord voor hoe God de mens benadert. God is genadig, is goed voor ons, op een manier die wij niet kunnen narekenen of afdwingen. Zonder dat wij het verdienen of er recht op hebben, valt het goede ons toe. Op een moderne manier kun je die genade ook lezen als ‘vrede’. Dan gaat het niet om de maatschappelijke betekenis van dat woord, als tegenstelling tot oorlog, maar om de vrede in jezelf, de vrede met jezelf en misschien ook wel de vrede die de ander met jou heeft.
Ik ga in op drie onderdelen van de begrippen vrede en genade die toen zo centraal stonden. Allereerst beschrijf ik wat toen aan de orde was. Vervolgens laat ik zien hoe dat voor gelovigen in de 21ste eeuw nog steeds relevant is. Ten slotte roep ik op tot een vrede, met jezelf en met anderen, die we in onze harde wereld van alledag zo nodig hebben. Vrede die je met de taal van de hippies uit de jaren zestig en zeventig kunt samenvatten met de woorden: ik ben OK, jij bent OK. In de taal van onze tijd: je mag er zijn. In de 17de eeuw heette dat: genade, God heeft je ondanks alles lief.

Leven van de genade toen

Het grote geschil van de godsdiensttwisten tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) ging over de vraag of de mens iets kan toevoegen aan zijn weg naar de hemel Hoe verantwoordelijk was de mens daarvoor? Klassieke volgers van Johannes Calvijn minimaliseerden die rol. De mens kon er niets aan bijdragen. Dat was maar goed ook, want de mens was immers ‘geneigd tot alle kwaad en onbekwaam tot enig goed’ (Heidelberger Catechismus). Zonder de genade van God zou dat niet lukken. Zoiets had Luther ook al beweerd in zijn 95 stellingen die het begin van de Reformatie vormden. Alleen Gods genade kon ons mensen redden, alleen door het geloof. Geen goede werken of aflaten zouden ons verder kunnen brengen. Voor Calvijn en de zijnen betekende die genade dat God voorafgaand aan ons bestaan reeds bepaald had wie er in de hemel en wie er in de hel zou komen. Daar kon je zelf niets aan toe of afdoen. Dit was de leer van de voorbeschikking of predestinatie.
Jacobus Arminius, de geestelijke vader van de Remonstranten, kreeg problemen met deze opvatting. Want als heil en onheil nu compleet van God afhingen, en de mens geen enkele inbreng had, zou God dan degene zijn die maakte dat de mens het kwade deed? Dat wilde er bij Arminius niet in. Daarom zocht hij naar ruimte voor enige verantwoordelijkheid bij de mens, enige vrijheid. Tegelijkertijd bleef Gods genade voor hem centraal staan. Gods genade liet zich niet afdwingen, al was er een kleine, menselijke verantwoordelijkheid. Arminius is het beste te begrijpen met een beeld dat hij zelf schetst. Wanneer een bedelaar een aalmoes wil ontvangen, zal hij zelf zijn hand open moeten doen. Hij blijft afhankelijk van de weldoener die iets wil geven. Maar zonder de medewerking van de bedelaar komt er niets.
Voor de orthodoxere theologen was echter elke gedachte aan een menselijke bijdrage bij het heil een ketterij. Na de staatsgreep van Maurits en de veroordelingen door de synode van Dordrecht werden de remonstrantse predikanten verbannen uit de Republiek. Met gevaar voor eigen leven gingen predikanten door. Zo kon uiteindelijk de Remonstrantse Broederschap worden opgericht (1619) en konden er langzaamaan remonstrantse gemeenten ontstaan (vanaf 1630).

Weg van het heilig moeten nu

In onze huidige tijd is de predestinatieleer in de meeste kerken geen onderwerp van gesprek meer, Zelfs in de meeste gemeenten van de Protestantse Kerk Nederland niet, al maken de artikelen tegen de remonstranten nog steeds deel uit van de grondslag van dat kerkgenoot schap. In vrijzinnige kring is een woord als genade ook verdacht. Wie centrale woorden moet benoemen om het huidige remonstrantisme te kenschetsen komt eerder terecht bij vrijheid, verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid.
Voor mijn gevoel is dat een te eenzijdige benadering van het geloof en kan het ons nu helpen om nog eens stil te staan bij de gedachten uit de 17de eeuw. Wanneer vrijheid een opdracht wordt en net als verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid ons oproept om te handelen, treedt voor mijn gevoel het heilig moeten toch weer ons geloof binnen. Natuurlijk heeft geloof maatschappelijke kanten, maar tegelijkertijd gaat het ook een spa dieper. Geloof gaat primair om het gevoel er te mogen zijn, onvoorwaardelijk. Zijn we dat kwijtgeraakt, nu het geloof vooral een zaak van jezelf lijkt te zijn? Bijvoorbeeld in de remonstrantse leus Geloof begint bij jou. Natuurlijk, geloof kan niet zonder jou. Je kunt het geloof van een ander niet geloven. Geloof kan pas betekenis hebben, als het jouw geloof is. Maar ten diepste begint geloof niet bij onszelf. Geloof is altijd het antwoord van mensen op wat hen overkomt in het leven, op wat ze ervaren, op wat ze om niet (gratis, uit genade) ontvangen. Als geloof helemaal uit ons zelf komt, is het spannend of het ooit bij God uitkomt. Harry Kuitert had gelijk dat veel spreken over Boven van beneden komt, maar als we niet meer veronderstellen dat het spreken van beneden toch ergens een reflectie is op wat er van Boven komt, dan hoeven we het ook niet meer over Boven te hebben.
In de 19de eeuw begon de mens centraal te staan in het vrijzinnige geloof. De ellende van de Eerste Wereld oorlog maakt echter pijnlijk duidelijk dat het geloof geen antwoorden meer had op de verschrikkingen die mensen elkaar aandeden. De remonstrantse theologen Karel Hendrik Roessingh (1886-1925) en Gerrit Jan Heering (1879-1955) vroegen toen aandacht voor een tegenover, een inspiratie, een kracht die ons uit onze ellende zou kunnen trekken.

Kern van het Evangelie

Wat ik wil benadrukken is dat je er als mens tegenover God gewoon mag zijn. Absoluut niet omdat wij zo geweldig zijn, zeker niet. Maar omdat dat nu eenmaal de vergevende verhouding van een liefdevolle God tegenover zijn schepsel is. Psalm 103: ‘Zo ver het oosten is van het westen, zover doet hij onze overtredingen van ons.’ De psalm vervolgt met een uitleg waarom God dat doet. In de woorden van een oudere vertaling: ‘omdat Hij weet wat maaksel wij zijn.’ God weet dat wij mensen feilbaar zijn. Dat het tegenvalt wat wij doen. Maar God is geduldig en vergeeft. Deze notie wordt prachtig weergeven in de beroemde laatste woorden van Heinrich Heine, gegeven als antwoord op de vraag of God hem zou vergeven: ‘Dieu me pardonnera, c’est son métier.’ (God zal me vergeven, dat is zijn vak!).
Ik vind dat de kern van het Evangelie. En ik vind het mooi dat de remonstrantse vaderen, hoezeer zij ook wezen op een (bescheiden) eigen verantwoordelijkheid van de mens, deze puur evangelische boodschap lieten staan. Want dit is de grondtoon die klinkt in de ontmoeting van Jezus met mensen: je mag er zijn. Wat er ook gebeurd is, je misstappen zijn je vergeven. Ga opnieuw leven. Daar ben je toe geschapen.

Ook als je niet gelooft

In onze huidige tijd, waarin het neoliberalisme hoogtij viert, zien we ook wat de keerzijde is van de gedachte dat je het allemaal zelf moet doen. De consequentie is namelijk dat succes een keuze is geworden. Wie geen succes heeft, heeft dat aan zichzelf te wijten, want hij of zij heeft de verkeerde keuze gemaakt. Dat is een genadeloze boodschap die we moeten vermijden.
Een voorbeeld over hoe het anders kan vind ik in de bijbel. De evangelist Johannes vertelt over een vrouw, die betrapt is bij overspel. Tweeduizend jaar geleden bepaalde de wet dat ze gestenigd moest worden. Ze wordt bij Jezus gebracht en midden in een kring gezet. De wetsleraren en farizeeën hopen dat Jezus iets zegt, waarop ze hem kunnen aanklagen. Maar Jezus stelt een wedervraag: ‘Wie van jullie heeft nooit iets verkeerds gedaan? Die moet als eerste een steen naar de vrouw gooien.’
Dan druipen de mensen één voor één af, de leiders van het volk het eerst. Jezus blijft alleen achter met de vrouw en zegt: ‘Ik veroordeel je ook niet. Ga naar huis, en doe vanaf nu geen verkeerde dingen meer.’
Mensen — ook de meest succesvolle — hebben er recht op om met mildheid benaderd te worden, ook, en misschien juist, wanneer er dingen zijn misgegaan. Dat geldt ook voor mensen in het centrum van de aandacht zoals sterren en politici. Op internet zie je wat er mis kan gaan wanneer mensen vanuit de heup schietend in de anonimiteit reageren op wat er in de wereld gebeurt. Wie geen mens meer tegenover zich ziet, laat gemakkelijk alle mildheid varen. Natuurlijk kritiek mag. Fouten moeten worden benoemd.
Maar mensen mogen er gewoon zijn, wat er ook gebeurt. Wie in de spiegel kijkt en begrijpt dat niet alles altijd goed gaat in het leven, kan misschien naar zichzelf en naar anderen kijken zoals God naar ons kijkt: mild en barmhartig. Wie dat in gedachten houdt schept vrede. En dat is pas werkelijk genade.

Agenda