26 januari 2021

De lente laat zich niet tegenhouden

Al maanden kijken we uit over een akker vol spruiten. ‘En lekker!’ zei landbouwer Franzen junior afgelopen najaar, tevreden uitkijkend over duizenden plantjes op het Nieuwe Land in Sommelsdijk. Inmiddels zien we niet alleen spruiten, we ruiken ze ook. Het oogsten is begonnen en als heel oudtestamentisch rapen we wat er achterblijft. Vers van het land. Even Ruth spelen, mijn stadse buren genieten ervan mee.

Slakkengang

Soms zou je bijna vergeten dat er corona is. Want de natuur gaat gewoon maar door, of er nou een virus rondwaart of niet. De spruiten groeien als kool. Op de winterse akker ontdek je de pandemie pas wanneer je de plastic schermen tussen de spruitenplukkers ontwaart. Gebroederlijk kruipen twee Flakkeeënaren en twee Oost-Europeanen in hun machine over het land, in slakkengang miljoenen spruiten oogstend. Keihard werken, een paar maanden lang. En zo te merken hebben ze het goed met elkaar – ook al is de gevoelstemperatuur soms rond het vriespunt.

Geen verwachtingen

Romantisch hoor, maar ondertussen is er natuurlijk wel degelijk wat aan de hand. We worden het zat, en meer dan zat. Want wat duurt het ontzettend lang. En we weten allemaal, het einde is nog lang niet in zicht. We kunnen hoopvol doen, maar houden we onszelf daarmee niet voor de gek? Want met verwachtingen creëer je ook teleurstellingen. Kunnen we het niet beter omdraaien? We weten niet wanneer dit voorbij is, en evenmin wat er nog komen gaat. Welke virusvarianten kunnen nog opduiken, wat gaat het vaccin doen, welke maatregelen blijven nodig? Een somber verhaal? Je kunt het ook een realistische kijk noemen – zodat we tegenvallers (die ongetwijfeld nog komen!) beter kunnen incasseren.

Maar we leven nog

Maar wat geeft dan nog hoop? Wat dacht u van Ramses Shaffy: ‘Alles loopt mis vandaag / Een spijker in m’n schoen / Uit de tram geduwd / M’n hand verbrand aan de geiser / Vergeten de kraan open te draaien’ En dan volgt: ‘Maar we leven nog, maar we leven nog / We leven nog, en niet zeuren’. In dat liedje gaat het van kwaad tot erger, en steeds komt Shaffy terug bij: ‘Maar we leven nog’. Staan we er wel genoeg bij stil… dat we leven? Door de tegenslag, die nu al bijna een jaar duurt, zou je bijna vergeten: ‘maar we leven nog’. We kennen inmiddels allemaal mensen om ons heen die COVID-19 hebben gehad, misschien hebben we het zelf gehad, en we weten ook van mensen die er aan zijn overleden  – en toch: ‘maar we leven nog’. En toch is het lastig om daar dankbaar voor te zijn.

Koffie als sacrament

‘En niet zeuren’, zingt Shaffy dan ook nog. Terwijl dat best wel eens lekker is. Gewoon goed zeuren. Zeker wanneer je je realiseert wat er allemaal niet kan. Wanneer je de gezelligheid mist, het gemak om anderen te zien en te spreken – samen te zijn, anderen aan te raken. En misschien is samen koffie drinken wat we van een kerkdienst het meest missen. Want preken en gebeden zijn er genoeg te horen en te zien, op tv en op internet. Iemand zei: de koffie na afloop zou een nieuw sacrament moeten worden! Wisten we wel hoezeer we dat op prijs stellen? Dat geldt ook voor de gesprekskringen – en niet te vergeten de woensdagochtenden bij Bram en Wilma in de kerk. Na de markt koffie en koek – echte gezelligheid, voor een euro.

Het wordt lichter

Maar ondertussen, hoe houden we de pandemie uit? En dat ook nog midden in de winter? Hoe komen we deze kouwe, donkere maanden door? Misschien hiermee: ‘You can never hold back spring’, zoals Tom Waits zong. De lente laat zich niet tegenhouden. De kortste dag ligt alweer lang achter ons. De dagen lengen, het wordt elke dag weer lichter. En al we zien er nog weinig van, de natuur is aan het wakker worden. De sappen stromen, de bomen lopen uit. Bolletjes komen boven de grond, je ziet vogels met takjes vliegen. De natuur gaat gewoon door met groeien en bloeien. Kijk om je heen, en ga elke dag naar buiten – al is het maar even. Want we leven nog, en elke dag wordt het lichter. De lente komt eraan, wat er ook gebeurt. Daar mogen we op vertrouwen. En door de nachtvorst zijn de spruiten ondertussen alleen maar lekkerder geworden.

André Meiresonne

Gerelateerd