22 mei 2020

Pinksteren

Pinksteren, een woord dat echt lenteachtig klinkt. En dan dwalen de gedachten af naar de pinksterbloem, die er in feite niets mee te maken heeft. In Engeland noemt men dat de koekoeksbloem en daar heet Pinksteren Whitsunday.

Het wordt daar ook Pentacost genoemd. Een woord, dat in het Grieks 50 betekent en op de 50 dagen na Pasen duidt. Dat woord wordt veelal door de Joden gebruikt. Overigens hebben zij ook nog het woord Sjawoe’ot, het “wekenfeest” (de 7 weken na Pasen), maar dit wordt op de 49 ste dag gevierd en niet op de 50 ste.

En tenslotte is daar ook nog het vroeg-middeleeuwse Sinksen. Het is bijna verdwenen, echter in Antwerpen wordt  jaarlijks met Pinksteren de Sinksen-kermis gehouden.

Handelingen 2 vertelt over de geweldige windvlaag, die tongen van vuur op de hoofden van de apostelen zette en hen vervulde met de Heilige Geest, waarna zij met andere tongen – lees in andere talen – spraken. Tongen van vuur, vuur dat reinigt wat niet schoon is, maar ook licht en warmte schenkt. Als het zo neergeschreven staat, klinkt het allebei positief. De Heilige Geest, is dat niet het verlangen en de kracht, die je voelt en toelaat en die een mens zélf laat vertellen en getuigen van zijn geloof en dit doet in eigen taal, met eigen woorden.

In het Liedboek staan onder Lied 689 prachtige woorden van Aurelius Augustinus die rond 400 n. Chr. leefde:

“Neem nu Geest,

“Liefdevolle Trooster van wie bedroefd zijn;

“neem nu met macht uw intrek in mijn hart.

“Woon nu in de donkere hoeken van dat verwaarloosde huis

“en verblijdt het met uw stralend licht.

Het wordt zó duidelijk gezegd: “Als de Geest intrek neemt in je hart”.

Daar kan een mens wat mee; en dát is Pinksteren.

Wanda Drenthe

Gerelateerd